Heeft u vragen of opmerkingen klik op onderstaande link om contact op te nemen.
Neem contact op >Geplaatst op 29 december 2025
Willemstad, 24 december 2025
De minister van Financiën heeft het ontwerp van de Landsverordening Minimumbelasting 2024 aan de Staten van Curaçao aangeboden.
Het ontwerp van landsverordening strekt ertoe uitvoering te geven aan de internationale afspraken inzake de mondiale minimumbelasting voor multinationale ondernemingsgroepen, zoals vastgesteld binnen het Inclusive Framework van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Deze afspraken, bekend als Pijler 2 (Pillar Two), zijn nader geconcretiseerd in de zogenoemde side-by-side overeenkomst tussen de OESO en de G7, welke ziet op een gecoördineerde en gelijktijdige invoering van de minimumbelastingregels door deelnemende staten.
Met deze internationale afspraken wordt beoogd te verzekeren dat multinationale ondernemingsgroepen met een geconsolideerde jaaromzet van ten minste EUR 750 miljoen worden onderworpen aan een effectief minimumwinstbelastingtarief van 15%, ongeacht de jurisdictie waarin zij actief zijn. Het toepassingsbereik van het ontwerp van landsverordening is derhalve beperkt tot entiteiten die deel uitmaken van een multinationale ondernemingsgroep die binnen de reikwijdte valt van de OESO Model Rules inzake Pijler 2. De voorgestelde landsverordening voorziet derhalve in een nationaal juridisch kader op grond waarvan een aanvullende belasting kan worden geheven indien het effectieve belastingtarief binnen Curaçao onder het overeengekomen minimumniveau blijft.
Door middel van het ontwerp wordt beoogd de Curaçaose fiscale wetgeving in overeenstemming te brengen met internationaal aanvaarde normen, alsmede de nationale belastinggrondslag te beschermen en het risico van grondslaguitholling en winstverschuiving te mitigeren. Daarbij is rekening gehouden met de uitvoerbaarheid, rechtszekerheid en de samenhang met bestaande fiscale wet- en regelgeving.
Gelet op de complexiteit en de internationale verwevenheid van de voorgestelde regelgeving acht de regering een zorgvuldige parlementaire behandeling aangewezen. Het is daarbij de bedoeling dat, na goedkeuring door de Staten, de landsverordening terugwerkende kracht verkrijgt tot en met 1 januari 2025, overeenkomstig hetgeen reeds is aangekondigd in de in december 2024 gepubliceerde aanschrijving. De terugwerkende kracht vindt haar rechtvaardiging in het belang van een doelmatige en samenhangende invoering van de regeling en doet, gelet op de tijdige aankondiging daarvan, geen afbreuk aan de rechtszekerheid en voorzienbaarheid voor de betrokken belastingplichtigen. In dat kader is voorzien dat de behandeling van het ontwerp van landsverordening door de Staten zal plaatsvinden in januari 2026.
De minister van Financiën ziet de behandeling door de Staten met vertrouwen tegemoet.
Nadere toelichting op het ontwerp zal worden verstrekt in de bijbehorende memorie van toelichting en tijdens de parlementaire behandeling.